Robbe de eeuwige Rebel, zelfs bij een elsschotverfilming
SEPTEMBER 2026
Rik Stallaerts
In 2000 levert Robbe De Hert zijn laatste speelfilm af: Lijmen/Het Been, de verfilming van Willem Elsschots novellen Lijmen (1924) en Het been (1938). Met respect voor de scherpe pen van Elsschot, geeft De Hert met deze film op een uiterst visuele manier vorm aan zijn sociale bewogenheid.
Het werk van de Antwerpse schrijver en dichter Willem Elsschot (1882-1960) is meermaals verfilmd, van Frans Buyens’ Het dwaallicht (1973) en Frank van Passels Villa Des Roses (2002) tot Robbe De Herts Lijmen/Het Been (2000). Na een mislukte poging om Louis Paul Boons boek over priester Daens naar het grote scherm te brengen, dacht De Hert er aanvankelijk niet aan om Elsschots dubbelroman Lijmen/Het been te verfilmen. Deze was volgens hem onverfilmbaar door de vele dialogen en het gebrek aan actie. In 1996 kwam daar verandering in, toen de Nederlandse scenarist Ruud Den Drijver hem benaderde.
In Nederland was Elsschot, meer nog dan in Vlaanderen, een onaantastbaar literair monument. De levenspartner van De Hert, Ida Dequeecker, was de kleindochter van Elsschot en beheerde mee zijn literaire erfenis. Via haar werd De Hert gevraagd om advies te geven over de mogelijke nieuwe verfilming. Den Drijver had Wim Verstappen gevraagd als regisseur, wat De Hert een goede keuze vond, ‘omdat hij net zo cynisch was als Elsschot’. Die liet het echter afweten, waarop verschillende kandidaat-regisseurs de revue passeerden.
De vrouw van Den Drijver, cineaste Dorna Van Rouveroy, kwam op het idee om de film te laten beginnen met een veiling en een commissie die over Boorman moest oordelen, in plaats van met de biecht uit de roman. De Hert zag daar wel iets in, aangezien hij zijn hele carrière met (film)commissies te maken had gehad.

Slimme raamvertelling
De dubbelroman volgt de kantoorklerk Frans Laarmans en de sluwe zakenman Boorman. In Lijmen neemt Boorman de jonge Laarmans onder zijn vleugels en betrekt hij hem bij zijn Wereldtijdschrift. Zijn specialiteit is het ‘lijmen’: handelaars verlokken om tegen hoge prijzen enorme oplages aan te kopen, die ze vervolgens zelf moeten zien kwijt te raken. Zo zadelen Boorman en Laarmans mevrouw Lauwereyssen, eigenares van een bedrijf in keukenliften, op met 100.000 onverkoopbare exemplaren en zware afbetalingen. In Het been zit Boorman vol schuldgevoelens wanneer hij haar jaren later terugziet en ontdekt dat haar zieke been inmiddels is geamputeerd. Hij probeert haar koste wat het kost terug te betalen, maar Lauwereyssen weigert zijn geld.
Om de twee delen van Elsschots dubbelroman naadloos in één film te gieten, bedacht De Hert samen met scenarioschrijvers Auwera en Den Drijver een slimme raamvertelling. De film opent met de openbare verkoop van de bezittingen van mevrouw Lauwereyssen, waar Boorman door zijn buitensporige bod voor gek wordt verklaard en uiteindelijk in een psychiatrische instelling belandt. Van daaruit doet Frans Laarmans tegenover een ziekenhuiscommissie het verhaal van hun Wereldtijdschrift via flashbacks uit de doeken. De psychiaters moeten uiteindelijk beoordelen of Boorman gek is geworden.
De Hert verweefde subtiel elementen uit andere boeken van Elsschot in het script. Zo knipoogt de film naar Kaas, waarin Frans Laarmans eveneens het hoofdpersonage is, door hem te laten uitgroeien tot een kaasverkoper. Ook is Laarmans in De Herts Lijmen/Het Been gehuwd. Zijn zoektocht naar een goed baantje om zijn gezin te onderhouden vormt zo een stevigere motivatie om met Boorman in zee te gaan dan zijn bewondering voor diens handigheden in het boek. Zijn vrouw, gespeeld door Els Béatse, fungeert daarbij als een soort klankbord.
Aangezien De Hert het script al zo ver mee had uitgewerkt en naar eigen zeggen ook betrokken raakte bij de fondsenverwerving voor de productie, nam hij uiteindelijk toch zelf de regie op zich.
Eeuwige rebel
Hoewel het verhaal zich grotendeels afspeelt in het Brussel van de jaren ‘30, werd de film om budgettaire redenen en vanwege het historische erfgoed grotendeels op locatie in Gent en Mechelen opgenomen. Critici prezen de film destijds om zijn sfeervolle, nostalgische decors.
Op de set zelf was De Hert, net als bij De Witte van Sichem, naar eigen zeggen zeer gelukkig. Wanneer Erik van Looy hem in Hollywood aan de Schelde vraagt op welke filmprestatie hij het meest trots op is, antwoordt hij: ‘Ik ben nogal zot van Lijmen’.
De reacties op Lijmen/Het been waren destijds gematigd positief, met unanieme lof voor het acteerwerk, maar met kritische kanttekeningen bij het tempo. Het absolute hoogtepunt voor nagenoeg alle critici waren de acteerprestaties van de hoofdrolspelers: Mike Verdrengh kreeg lovende kritieken voor zijn vertolking van de charmante schurk Boorman. Recensenten vonden het onbegrijpelijk dat hij zo lang niet had geacteerd. Willeke van Ammelrooy maakte diepe indruk als de gedupeerde Madam Lauwereyssen. Haar tragische vertolking werd in Nederland zelfs bekroond met een Gouden Kalf voor Beste Actrice. Koen De Bouw werd geprezen als een ‘groot talent’ voor de subtiele manier waarop hij de morele strijd van Frans Laarmans vormgaf. Een opvallende rol was er ook voor Sylvia Kristel, die als caféhoudster meer uit de verf komt dan het door Elsschot bedachte nevenpersonage ‘Dikke Jeanne’.
Achter de schermen verliep de samenwerking een stuk minder vlot. De Hert botste flink met de Nederlandse producent-scenarist Ruud den Drijver. De Hert wilde de film veel sterker profileren als een felle satire op het kapitalisme, maar werd naar eigen zeggen door de productie afgeremd om het verhaal ‘braver’ en publieksvriendelijker te houden. Elsschots boeken zijn zelf al doordrenkt van cynische ironie. De kritiek op de reclamewereld en het zakenleven is verpakt in humor en de psychologische strijd met het geweten. Maar De Hert wilde nog een stap verder gaan door de personages in een veel ruimere, sociale context van kille uitbuiting te situeren. De gehaaide zakenman Boorman licht systematisch kwetsbare mensen op via de verkoop van peperdure abonnementen op een fictief wereldtijdschrift. De Hert toont hoe morele waarden, zoals empathie en schuld, in een winstgedreven samenleving ondergeschikt raken aan commercie en status. De macht van het kapitaal regeert. Waar in de eerste helft, Lijmen, de nadruk ligt op de grove manipulatie, verschuift de focus in Het been naar gewetenswroeging en de onmogelijkheid om aangericht menselijk leed af te kopen.
Maar De Hert heeft ook moeten inboeten. Zo was in de kledingwinkel waar Laarmans een nieuwe outfit gaat halen, op de achtergrond subtiel de fascistische groet van een klant te zien. Het geluid van de tegen elkaar slaande hakken, werd daarbij weggegomd. Ook het uitdelen van communistische pamfletten in een straatscène werd naar de achtergrond verwezen. De overgang in de eindgeneriek, van de vrolijke beelden van het Carnaval van Aalst naar de mars van de bruinhemden, werd eveneens minder sterk aangebracht dan De Hert had gewild. Ook over de afwerking, waaronder de muziekopname van de film, was hij niet te spreken. Wel had hij lovende woorden voor de Belgische coproducent Michel Houdmont, die erin slaagde de film uiteindelijk rond te krijgen en naar het publiek te brengen.
Door uiteenlopende moeilijkheden tijdens de postproductie verliep ook de distributie van de film moeizaam. Precieze cijfers over het bioscoopbezoek zijn er niet, maar naar schatting zagen een kleine 50.000 mensen de film in België. Veel te weinig voor een film met zo’n opzet en van zo’n kwaliteit. Een kwarteeuw later verdient Lijmen/Het been dan ook een tweede leven.
Een langere versie van deze tekst lees je in FILM. Het nieuwe nummer van dit Antwerpse filmmagazine kan je hier bestellen.
LIJMEN/HET BEEN (in een mooie 35mm-kopie, bewaard door CINEMATEK) wordt opnieuw voorgesteld in De Cinema op vrijdag 2 oktober.