ga naar de inhoud

Trotacalles

Matilde Landeta Mexico, 1951, 101 min
Cast Miroslava Sternova, Ernesto Alonso, Elda Peralta
Gesproken taal Spaans
Ondertiteling Nederlands

Regisseur Matilda Landeta herdenkt melodrama vanuit een feministische lens in dit verhaal over twee vervreemde zussen – de ene getrouwd met geld, de andere overlevend als sekswerker – wier vervlochten levens de meedogenloze patriarchale macht blootleggen.

Verbonden door hun familieband, maar vervreemd door het lot, ontmoeten we in STREETWALKER (TROTACALLES) twee zussen die hele andere levenspaden bewandelen. Elena (Miroslava Sternova) trouwde voor het geld en het respect dat daarbij hoort. Maria (Elda Peralta) koos voor liefde, maar kreeg uitbuiting en een leven op straat in ruil. Wanneer hun levens na vele jaren opnieuw kruisen, leidt verlangen en verraad tot een verwoestende vergelding.

In haar derde langspeelfilm gebruikt pionier Matilda Landeta melodrama als genre om de louche onderwereld van pooiers, cabarets en sekswerk te betreden. Landeta was een van de eerste vrouwen die langspeelfilms regisseerde in Mexico. Ze financierde haar eigen vroege films en vocht tegen de belemmeringen van een mannelijke industrie in haar strijd om het leven van vrouwen genuanceerd in beeld te brengen. STREETWALKER daagt met zijn inventieve stijlkeuzes en sociaal gedurfde inhoud het patriarchaat uit dat heerste tijdens het Gouden Tijdperk in Mexico, door patriarchale archetypes uit de weg te gaan en melodrama terug te vorderen als radicaal filmisch genre.

Deze film maakt deel uit van Stronger Than Love: ¡Too Much Mexican Melodrama!, een reizend programma dat vrouwenstemmen centraal zet, vóór én achter de camera. Het programma is samengesteld door Invisible Women: archive activists die de genderkloof in filmarchieven blootleggen en vrouwelijke filmmakers opnieuw inschrijven in de filmgeschiedenis.

Deze vertoningen worden mogelijk gemaakt met de steun van Invisible Women en Acervo Filmoteca UNAM.

Speeltijden

Vertoningen afgelopen.

De vertoning op 12 maart wordt ingeleid door Gitte Vandenbroeck, student Theater- en Filmwetenschap aan de Universiteit Antwerpen.

Stronger than Love: ¡Too Much Mexican Melodrama!

20 februari 2026
Camilla Baier
Vertaling door Sebastiaan Van der Veken

Het melodrama werd lang verworpen als excessief: te emotioneel, te romantisch en te vrouwelijk. Toch vestigde het genre zich halverwege de twintigste eeuw als de emotionele motor van het gouden tijdperk van de Mexicaanse cinema. Tussen de vroege jaren ’30 en de late jaren ’50 werd film niet alleen een populaire kunstvorm maar ook een nationaal project. Te midden van deze bloeiende industrie ontpopte melodrama zich tot het genre bij uitstek om de innerlijke tegenstellingen in het moderne Mexico bloot te leggen: tussen vooruitgang en traditie, geloof en secularisme, patriarchaat en de groeiende zichtbaarheid van vrouwen aan het roer van een nieuw, modern Mexico.

Op het moment dat de Mexicaanse overheid haar postrevolutionaire identiteit consolideerde, kreeg cinema de taak een samenhangend nationaal beeld te produceren. Melodrama bood een vorm van morele en affectieve regulering die sociale spanningen vertaalde naar huiselijke verhalen. Via verhalen over familie, opoffering en verlossing – vaak onderbouwd door katholieke moraal en patriarchale waarden – gaven deze films vorm aan ideeën over klassenmobiliteit, vrouwelijkheid en deugdzaamheid. Tegelijkertijd bood juist melodrama filmmakers, acteurs en uiteindelijk ook het publiek de mogelijkheid om diezelfde idealen in vraag te stellen.

Halverwege de jaren ’40 bestond meer dan de helft van de Mexicaanse filmproductie uit melodrama’s. Het studiosysteem, naar het model van Hollywood, draaide op volle toeren en werd gedreven door de opzet van steracteurs en -actrices. Terwijl mannelijke sterren als Jorge Negrete en Pedro Infante een stabiele en constante aanwezigheid vormden, was het vooral de opkomst van krachtige vrouwelijke iconen – zoals Dolores del Río, María Félix en later Ninón Sevilla – die het tijdperk werkelijk definieerde. Deze vrouwen belichaamden zowel ambitie als transgressie: ze bevestigden en ondermijnden tegelijk de morele orde die het genre beweerde te handhaven.

Binnen het melodrama begonnen zich archetypes af te lijnen: de onbaatzuchtige moeder, de zedige echtgenote, de gevallen vrouw, de zondares die door liefde wordt verlost. Deze figuren brachten de morele breuklijnen van genderrollen in kaart die de nationale verbeelding voor hen had uitgestippeld. De ‘goede’ en ‘slechte’ vrouwen waren zelden elkaars tegenpolen: beiden gaven zich uiteindelijk over aan deugdzaamheid, maar onthulden onderweg diepe breuklijnen in de sociale orde. Met het getouwtrek tussen Eva en Maria (tussen verlangen en plicht, zondares en heilige) hield het Mexicaanse melodrama de maatschappij een veelzeggende spiegel voor.

Met Stronger Than Love: ¡Too Much Mexican Melodrama! benaderen we deze geschiedenis door een feministische lens en via de verhalen van de vrouwen die het genre gevormd hebben: achter de camera, in de montagekamer en op het scherm. Deze films tonen hoe melodrama uitgroeide tot een ruimte van verzet en heruitvinding: een genre van binnenuit herschreven door de vrouwen die het bewoonden en transformeerden.

 

TROTACALLES (Matilde Landeta, 1951)

 

Nog voor de industriële consolidatie van het gouden filmtijdperk in Mexico werden de fundamenten van deze emotionele en ideologische taal al gelegd door filmmakers die actief waren in de vroege jaren van de geluidsfilm. Zo introduceerde Mexico’s eerste geluidsfilm Santa (1932) bijvoorbeeld al het archetype van de gevallen vrouw dat centraal zou komen te staan in het Mexicaanse melodrama. Toch waren er zelfs in deze vormende jaren kunstenaars die zich verzetten tegen zulke morele inkapseling. Onder hen bevond zich Adela Sequeyro, die zowel de gendernormen van haar tijd als de structurele barrières van een door mannen gedomineerde industrie trotseerde.  Ze werkte in de jaren ’30, toen de nationale filmsector zichzelf nog aan het ontdekken was, experimenteerde met geluid en de spanningen afwoog tussen artistieke onafhankelijkheid en door de staat gesteund nationalisme. In dit milieu plaatsen Sequeyro’s films vrouwen niet als morele symbolen, maar als actieve subjecten. De recente herontdekking van goed bewaarde kopieën van twee van haar films wakkerde een hoognodige herwaardering van haar plaats in de filmgeschiedenis aan.

Decennialang werd Sequeyro vooral herinnerd als actrice uit het stommefilmtijdperk, journalist en filmcriticus, bekend om haar levendige columns waarin zij andere Mexicaanse actrices prees, met aandacht voor hun artistieke kwaliteiten en prestaties in plaats van voor de toenmalige obsessie met jeugd en schoonheid. Na jaren op filmsets te werken en achter de schermen de stiel te leren, besloot ze zelf achter de camera te kruipen. Op basis van haar gender werd ze geweigerd bij de vakbond van de filmindustrie, dus werd ze medeoprichter van haar eigen filmcoöperatie. Ze verkreeg financiering van een bank en produceerde in 1935 haar eerste film, de stille film Más Allá de la muerte (Beyond Death). Deze flopte en haar bedrijf ging failliet – maar niet voor lang. Onverschrokken richtte ze een nieuw bedrijf op, verzamelde opnieuw fondsen en bracht in 1937 La mujer de Nadie (Nobody’s Wife) uit.

La mujer de Nadie was de eerste Mexicaanse geluidsfilm geregisseerd door een vrouw en draagt dan ook duidelijk het stempel van een vrouw die haar eigen verhaal schrijft en regisseert. De film opent in een vertrouwde melodramatische setting – een jonge vrouw, Ana María (gespeeld door Sequeyro zelf), gaat gebukt onder de tirannie van haar stiefvader –, maar het verhaal slaat al snel een veel minder conventionele weg in. Ana María ontsnapt naar een bohemienwereld van kunst en verlangen, omringd door drie kunstenaars die elk om haar genegenheid wedijveren. Sequeyro verwerpt het sentimentele moralisme dat gangbaar was in het mainstream melodrama en boetseert in de plaats een geestige, sensuele en onafhankelijke kijk op vrouwelijkheid. Met behulp van expressieve close-ups, minimale dialogen en voor die tijd uitdagende camerahoeken verkent ze wat een criticus omschreef als “een expliciet vrouwelijk erotisch universum”. Het is een universum waar, zoals de titel trots verkondigt, een vrouw aan niemand toebehoort: een radicale stelling in een milieu waarin vrouwen op het scherm en in het dagelijkse leven altijd iemand toebehoorden, als moeder, dochter, echtgenote of sloerie.

Sequeyro’s visuele stijl, zowel gedurfd als formeel scherp, werd beïnvloed door haar liefde voor Europese horror- en stille films. Haar werk is dikwijls vergeleken met dat van haar Amerikaanse tijdsgenote Dorothy Arzner, een andere vooruitstrevende regisseur die binnen de beperkingen van een patriarchale industrie in Hollywood vragen rond vrouwelijke autonomie en verlangen verkende.

Hoewel La mujer de Nadie tegenwoordig gevierd wordt als een feministische mijlpaal, werd de film destijds als veel te gewaagd beschouwd. Mexicaanse vertoners verwierpen de film als “te Europees” en niet nationalistisch genoeg. La mujer de Nadie, aangenaam anachronistisch, vormt niet alleen een uitdaging voor het patriarchaat, maar ook voor de conservatieve, anti-modernistische idealen van mexicanidad (of ‘Mexicaansheid’), een door de staat ondersteunde visie op Mexicaanse identiteit. Dankzij een wereldse setting, bohemienpersonages en een heldin die weigert zich te schikken, doorbrak de film het patroon van wat een ‘fatsoenlijke’ Mexicaanse film hoorde te zijn. Een distributeur deed de film zelfs af als “gemaakt voor Europa, niet voor het domme Mexicaanse publiek.” Sequeyro werd afgestraft voor haar onafhankelijkheid: vertoners rekenden haar de dubbele prijs aan om een zaal te huren voor de première. Ondanks enige lof van critici slaagde de film er niet in om de productiekosten terug te verdienen.

In 1938 schreef en regisseerde Sequeyro Diablillos del arrabal (Little Slum Devils), een film die tot op heden niet gerestaureerd is. Toen ook deze film flopte, was ze niet langer in staat om haar filmploeg te betalen en werd ze gedwongen om de rechten te verkopen. Tegen 1943 raakte ze failliet en trok ze zich terug uit de filmwereld. Ze keerde terug naar de journalistiek en de poëzie, waarin ze nog tot in de jaren ’50 bleef publiceren.

Toch blijft haar nalatenschap voortbestaan. Sequeyro veroverde creatieve onafhankelijkheid in een tijd waarin vrouwen die vrijwel niet werd gegund, en de herontdekking van haar films maakt het mogelijk haar eindelijk te erkennen als een van de ware feministische pioniers van de vroege Mexicaanse cinema; een kunstenaar wiens visie vooruit liep op de latere experimenten van vrouwen over de hele wereld. Haar heldinnen berouwen zich niet, ze verzetten zich. Waar het melodrama al snel zou eisen dat vrouwenverhalen eindigden in opoffering – als moeder, echtgenote of ‘vrouw van de nacht’ – verbeeldde Sequeyro’s cinema, kortstondig maar zelfzeker, een ruimte waarin vrouwen, voor en achter de camera, hun eigen pad konden uitkiezen.

 

LA MUJER DE NADIE (Adela Sequeyro, 1937), Filmoteca UNAM

 

Tien jaar na de eigenzinnige experimenten van Adela Sequeyro zette een andere vrouw de strijd verder, ditmaal vanuit het systeem zelf, dat alsmaar meer geïndustrialiseerd en studiogericht werd.

Matilde Landeta was een van de weinige vrouwen die tijdens het studiotijdperk van de jaren ’40 films regisseerde en een van de krachtigste stemmen in de geschiedenis van de Mexicaanse cinema. Ze startte haar carrière als ‘scriptgirl’ (wat we nu een script supervisor zouden noemen) en was destijds de enige Mexicaanse vrouw in die functie. Ze werkte voor meerdere vooraanstaande regisseurs uit die periode, superviseerde meer dan zeventig films en werd de best betaalde in haar positie. Na jaren op filmsets te hebben doorgebracht en elk aspect van de productie te leren kennen, was Landeta vastbesloten zelf te regisseren. Ze schopte het tot assistent-regisseur en uiteindelijk tot in de regisseursstoel.

Haar debuutfilm Lola Casanova (1948), een western over een Creoolse vrouw die gevangen genomen wordt door een inheemse stam, kwam tot stand tegen een hoge persoonlijke prijs. Aangezien geen enkele studio een vrouw het beheer van een grootschalige productie toevertrouwde, verpandde ze haar huis, verkocht haar auto en richtte – net als Adela Sequeyro – haar eigen productiebedrijf op om het project te realiseren.

Haar anekdotes uit deze periode zijn even legendarisch als wrang. Ze vertelde hoe ze een broek moest dragen om te voorkomen dat de crew naar haar benen staarde, en hoe ze met een valse snor een bijeenkomst van mannelijke producenten binnendrong. Lola Casanova kreeg te maken met talrijke tegenslagen, waaronder de diefstal van een rol negatieven die ze niet opnieuw kon draaien wegens budgetgebrek, en een rampzalige première. Bijgevolg werd de film in de ijskast gelegd en een jaar later onaangekondigd opnieuw uitgebracht in een tweederangsbioscoop.

Haar volgende film, La negra Angustias (1949), die problematisch is door het gebruik van blackface, was baanbrekend. Als de eerste film die de Mexicaanse revolutie verbeeldde vanuit een vrouwelijk perspectief, daagde het een industrie uit die nog steeds verzot was op de macho-revolutionaire held. Opnieuw kreeg Landeta te maken met boycots door distributeurs en onverschilligheid van collega’s.

Na deze twee portretten van de vrouwelijke beleving (beide gebaseerd op verhalen van Francisco Rojas González en met Meche Berba en María Elena Marqués in de hoofdrollen), verfilmde Landeta in 1951 een script van Luis Spota voor haar meest ambitieuze langspeelfilm, Trotacalles (Streetwalker). Gesitueerd in een wereld van cabaret en seksuele uitbuiting verkent de film vrouwelijke solidariteit in een maatschappij waarin vrouwen weinig andere mogelijkheden hebben dan hun lichaam te gelde te maken, hetzij in een verstandshuwelijk of via sekswerk. In een periode waarin de conventies van het gouden filmtijdperk voorschreven dat een verlaten vrouw onvermijdelijk in de prostitutie belandde, durfde Landeta dat narratief te problematiseren.

Trotacalles vertelt het verhaal van twee zussen die tegenovergestelde wegen opgaan: de ene wordt sekswerker, de andere trouwt rijk. Jaren later kruisen hun wegen elkaar opnieuw via een manipulatieve pooier, wiens aanwezigheid de verstrengelde geweldsdynamieken van patriarchaat en kapitalisme blootlegt. Zo transformeert Landeta het melodrama van spektakel “Ik was het die avontuur zocht”, verklaart het personage van Miroslava Stern, niet als slachtoffer maar als een zelfbewuste femme fatale, zich gewaar van haar keuzes en hun consequenties.

Landeta geeft blijk van een diepgaande kennis van de melodramatische codes – de muziek, belichting en emotionele intensiteit – om die vervolgens naar haar hand te zetten. Haar sound design en camerawerk blijven hangen bij gebaren van zorg tussen vrouwen, bij blikken van solidariteit die zich verzetten tegen de wreedheid van de wereld om hen heen. Het resultaat is een film die tegelijk teder en fatalistisch is. Onder de uitvergrote emoties schuilt een heldere visie op klasse en gender: een wereld waarin de loyaliteit tussen vrouwen standhoudt, ook al “wint het kapitalisme uiteindelijk altijd”, zoals Landeta het zelf formuleerde.

Hoewel haar oorspronkelijke scenario werd afgezwakt door mannelijke producenten die de film in een conventionelere melodramatische richting wilden duwen, blijft de radicale insteek duidelijk. Landeta’s sekswerkers zijn geen morele waarschuwingen; ze zijn overlevers, complex en menselijk. Haar socialistische overtuigingen en haar engagement voor armen en onderdrukten keren terug in al haar films. Zelfs toen de industrie haar verried – onder meer door een van haar scenario’s aan een mannelijke regisseur toe te vertrouwen – bleef zij zich inzetten voor de verhalen van vrouwen.

Landeta’s werk werd opnieuw ontdekt in de jaren ’70 en wordt sindsdien erkend als een cruciale feministische tussenkomst in de Mexicaanse cinema. Ze werd geëerd met retrospectieven, kritische herwaarderingen en prijzen, maar haar passie bleef het maken van films zelf. In 1990 zei ze in een interview: “Cambiaría todos los homenajes por media película” – “Ik zou al deze huldigingen inruilen voor een halve film”. Nog altijd wilde ze enkel verhalen vertellen op haar eigen voorwaarden.

In een tijd waarin cinema een instrument van natievorming was, weigerde Landeta te aanvaarden dat een Mexicaanse identiteit moest steunen op de ondergeschiktheid van vrouwen. In plaats daarvan maakte zij vrouwen tot de heldinnen van hun eigen strijd. Zoals de Amerikaanse filmwetenschapper B. Ruby Rich schreef, legden Landeta’s films “de basis voor de Latijns-Amerikaanse vrouwenfilms van de jaren ’80, die de strijd van vrouwen voor identiteit en autonomie begonnen te integreren als een noodzakelijk onderdeel van een werkelijk hedendaagse nieuwe Latijns-Amerikaanse cinema.”

 

Backstage VÍCTIMAS DEL PECADO (Emilio Fernández, 1951), Viviana García Besné/Permanencia Voluntaria

 

Tegen het midden van de jaren ’50, toen het gouden filmtijdperk tanende was, leek ook het melodrama zelf gevangen tussen bevrijding en beperking – nergens duidelijker dan in Miroslava Sterns laatste film. Het Mexicaanse melodrama vanuit een feministische invalshoek bekijken betekent ook de tegenstrijdigheden onder ogen zien: het zijn veelal films gemaakt binnen een patriarchale industrie die vrouwen achter de camera het zwijgen oplegde, maar tegelijk enkele van de meest magnetische en complexe vrouwenfiguren op het scherm voortbracht. Más fuerte que el amor (Stronger Than Love, 1955) is zo’n tegenstrijdigheid. De film werd geregisseerd door de Argentijnse filmmaker Tulio Demicheli, een van de diverse Zuid-Amerikaanse regisseurs die destijds in Mexico werkten. In de hoofdrol speelt de in Tsjechië geboren Mexicaanse steractrice Miroslava Stern, wiens levensloop even tragisch en fascinerend was als die van haar personages.

Deze Mexicaans-Cubaanse coproductie, gesitueerd in prerevolutionair Cuba, vertelt het verhaal van Bárbara, een vrouw uit de hogere klasse die verstrikt raakt tussen plicht en verlangen wanneer zij verliefd wordt op Carlos, een selfmade man van bescheiden afkomst, gespeeld door de Spaanse steracteur Jorge Mistral. Hun affaire ontvouwt zich langs maanverlichte stranden, in stortregens en in weelderige koloniale villa’s: een verhaal van jaloezie, klassenconflict en verboden liefde waarin passie botst met patriarchale structuren. Zoals veel populaire melodrama’s uit de jaren ’50 verweeft Más fuerte que el amor romantische excessen met maatschappijkritiek. De film toont een wereld waarin vrouwen als bezit worden behandeld; “je kunt geen vrouwen kopen en je kunt geen land kopen”, zegt een personage, om vervolgens precies dat te doen. Toch krijgt de heldin binnen dit kader de ruimte om haar agency met verrassende intensiteit te doen gelden.

Miroslava Stern, vaak omschreven als “de Marilyn Monroe van Mexico”, was een van de meest stralende én tragische figuren van het gouden filmtijdperk. Ze werd in 1926 in Praag geboren, werd geadopteerd door een Joodse familie die voor de nazi-vervolging vluchtte en arriveerde in 1941 als vluchteling in Mexico. Haar intelligentie, elegantie en opvallende buitenlandse schoonheid maakten haar tot een ster in rollen die schommelden tussen kwetsbaarheid en verzet. Achter die lumineuze schermprésence school echter een leven getekend door verlies en melancholie. In 1955, slechts negenentwintig jaar oud, stapte ze uit het leven, kort na de voltooiing van Más fuerte que el amor en Luis Buñuels Ensayo de un crimen (The Criminal Life of Archibaldo de la Cruz) – twee films die onheilspellende voorboden bleken voor haar eigen verhaal van verlangen en destructie.

Haar rol in Más fuerte que el amor distilleert de tegenstellingen van de melodramatische heldin. Bárbara is passioneel en eigenzinnig, maar gevangen in sociale codes die haar het recht ontzeggen vrij lief te hebben. De weelderige visuele stijl van de film, de panoramische shots van koloniale architectuur, de omhelzingen in door storm geteisterde landschappen, en de onstuimige soundtrack onderstrepen een gevoel van emotionele grandeur die evenveel draait om begrenzing als om bevrijding. Binnen die wereld brandt Miroslava in stilte: beheerst maar gekweld, stralend maar onbereikbaar.

Ondanks zijn misogynie blijft Más fuerte que el amor een geestige film vol humor; enigszins wild in zijn verbeelding van lust en obsessie, maar zelfbewuster dan een eerste indruk doet vermoeden. Deze spanning tussen verlangen en decorum verleent de film een ongemakkelijke moderniteit. Als we hem vandaag bekijken zien we hoe het melodrama zelf begon te barsten: het genre was niet langer dat van de nobele held en de opofferende, deugdelijke vrouw van de jaren ’40, maar een spiegel voor onzekerheden rond gender, klasse en authenticiteit in een veranderende samenleving.

En zo sluiten we dit programma af waar we begonnen: met vrouwen in het centrum van hun eigen drama, balancerend tussen liefde, klasse en sociale verwachtingen in werelden die hen probeerden in te perken. Miroslava’s vertolking, beheerst maar innerlijk brandend, vangt de essentie van het Mexicaanse melodrama: schoonheid en pijn, zelfbeheersing en uitbarsting, liefde en verzet. In haar bereiken de tegenstrijdigheden van de heldin uit het gouden filmtijdperk in Mexico hun meest indringende vorm: glamoureus en tegelijk gekweld, autonoom en toch gevangen in mannelijke fantasieën van verlangen en bezit. Haar leven en dood lijken door het genre zelf te weerklinken. In deze films wordt melodrama geen genre van overdaad, maar van overleving – een taal waarmee vrouwen macht, emotie en auteurschap onderhandelden binnen een systeem dat hen wilde uitbuiten. Dat is de radicale erfenis die we vieren in Stronger Than Love: ¡Too Much Mexican Melodrama!

Trotacalles

Tickets & Tijden