Metabolic Wall + Agatha’s Almanac
De negentigjarige Agatha Bock woont alleen op haar boerderij in Manitoba, Canada, zonder mobiele telefoon, auto of stromend water. Haar dagen volgen het ritme van de natuur en het werk op het land: zaaien, oogsten, inmaken en verzorgen. Sommige zaden zijn al generaties lang in haar familie doorgegeven.
Agatha’s boerderij is sinds de jaren vijftig grotendeels onveranderd gebleven en vormt daarmee een levend archief van een verdwijnende manier van leven. Agatha is onafhankelijk, praktisch en opmerkelijk zelfredzaam. Ze repareert wat stukgaat, kent haar omgeving door en door en heeft weinig behoefte aan de voorzieningen waarop het moderne leven steunt. Haar dagelijks bestaan vormt zo een scherp contrast met een samenleving die zo sterk afhankelijk is geworden van technologie, mobiliteit en comfort. Tegelijk laat Haar manier van leven laat zien hoe wonen, werken en natuur voortdurend met elkaar verweven kunnen zijn.
AGATHA’S ALMANAC is het eerste lange documentaireproject van de Canadese multidisciplinaire kunstenaar Amalie Atkins, die haar tante gedurende zes jaar volgde met een volledig vrouwelijke crew. Met haar 16mm-Bolexcamera legt ze een ogenschijnlijk archaïsche, ambachtelijke levenswijze vast, volledig afgestemd op de seizoenen. Dat sluit nauw aan bij Atkins’ bredere praktijk, waarin ze 16mm-film, performance, textiel, installatie en analoge fotografie combineert. AGATHA’S ALMANAC, bekroond als beste Canadese documentaire op Hot Docs, is een intiem portret van een levenswijze die langzaam uit ons landschap verdwijnt.
Voorafgaand aan AGATHA’S ALMANAC wordt de kortfilm METABOLIC WALL vertoond. De film belicht het bouwproces en de filosofie achter het gelijknamige architecturale paviljoen van Felix Verheyden en Thomas Gkikas. Nothing is permanent, de ondertitel van de film, verwijst naar het tijdelijke karakter van de installatie in de heuvels van Pietrarubbia, Italië.
De makers benaderen architectuur als een levend en vergankelijk proces. De houten rasterstructuur van het paviljoen wordt gevuld met lokale hooibalen en is bewust ontworpen om geleidelijk door de natuur te worden afgebroken. Herten en wilde zwijnen eten van het hooi, vogels gebruiken het als nestmateriaal en insecten en schimmels breken het langzaam af. Uiteindelijk blijft enkel het houten skelet over, dat vervolgens wordt ontmanteld en hergebruikt.