SHORT CUTS fileert de Amerikaanse samenleving tot op het bot
25 Juli 2020
Ruben Mooijman
Oorspronkelijk gepubliceerd op 25 juli 2020 in De Standaard.
Robert Altman ontleedde in zijn meesterwerk Short cuts de Amerikaanse samenleving tot op het bot. De opgekropte frustraties over waar het naartoe ging met het land waren toen al zichtbaar, schrijft De Standaard-journalist Ruben Mooijman.
Van alle steden in de Verenigde Staten is Los Angeles de meest Amerikaanse. Een vormeloze megastad zonder veel structuur, een eindeloze zee van gebouwen, op maat gemaakt van het individueel gemotoriseerd vervoer. Niet de metrolijnen, maar de autowegen zijn de aders van deze stad. Dankzij de drive-inrestaurants hoef je zelfs voor fastfood niet vanachter het stuur vandaan te komen. Los Angeles is Amerika in het kwadraat.
Geen enkele stad was dus beter geschikt als locatie voor SHORT CUTS, de meedogenloze dissectie van de Amerikaanse samenleving die Robert Altman in 1993 maakte. Nergens zijn het klatergoud, het materialisme, de ongelijkheid, de vervuiling, en de uitwassen van de consumptiemaatschappij prominenter aanwezig. Altman heeft er geen spectaculaire locaties voor nodig. Zijn film speelt zich af in de 24-hour diners waar chauffeurs van stretchlimo’s een afzakkertje nemen terwijl hun passagiers op de achterbank hun roes uitslapen, in de jazzbars waar muzikanten die eigenlijk veel meer in hun mars hebben, genoegen moeten nemen met een luidruchtig en ongeïnteresseerd publiek, in de trailerparken waar de onderkant van de samenleving ondanks alles probeert het beste ervan te maken, maar ook in de villa’s hoog in de Hollywood Hills, waar de jacuzzi op het terras uitzicht biedt op de skyline van de stad. Maar de film speelt zich vooral af in de non-descripte bungalows waar de modale Angeleno woont, met een gazon ervoor, een garage ernaast en als het meezit een zwembad erachter.
Sfeer van onbehagen
Altmans film is een buitengewone tour de force. Hij heeft niet minder dan negen kortverhalen van Raymond Carver samengesmeed tot een coherent mozaïek van belevenissen, emoties en voorvallen. Carvers verhalen zijn beenharde, uitgepuurde, minimalistische tranches de vie, gemarineerd in wanhoop en defaitisme. Stilistisch zijn het pareltjes van understatement, waarbij niet verteld wordt wat ertoe doet. Achter de verhalen gaat een wereld schuil die Carver niet beschrijft, maar die de aandachtige lezer niet ontgaat. Als Carver schrijft: ‘My marriage had just fallen apart. I couldn’t find a job. I had another girl. But she wasn’t in town ’, dan schrijft hij een narratief dat verder en dieper gaat dan die vier zinnetjes. Vooral als hij daarop laat volgen: ‘So I was at a bar having a glass of beer ’. Zijn personages drinken vaak bier. Of iets sterkers.
Robert Altman slaagt erin om op het filmdoek dezelfde sfeer van onbehagen op te roepen als Carver doet in zijn verhalen. Altman toont een samenleving met weinig liefde, zonder wederzijds mededogen, gespeend van oprechte toewijding. Als SHORT CUTS een allegorie is voor hoe de Verenigde Staten er als land en als natie 27 jaar geleden aan toe waren – en het is moeilijk om de film anders te interpreteren – dan kan de conclusie niet anders dan ontluisterend zijn. Wat we zien, zijn bedrog, leugens, geweld, wantrouwen en getreiter.
Het centrale thema in SHORT CUTS is wat anno 2020 nog in veel sterkere mate dan toen de Amerikaanse samenleving bepaalt: het onvermogen om elkaar te begrijpen, om een stap in elkaars richting te zetten, om compromissen te zoeken, om op gelijke voet met elkaar te communiceren. Republikeinen en Democraten, zwart en blank, arm en rijk, stedelingen en plattelandsbewoners: het is alsof ze permanent op voet van oorlog met elkaar leven en slechts vanuit hun zelfgegraven loopgraven het eigen grote gelijk verdedigen. Bari Weiss, redactrice van The New York Times, klaagt over het gebrek aan bereidheid om naar andere opinies te luisteren dan alleen naar de standpunten die in het eigen straatje passen. Gouverneurs en burgemeesters spreken elkaar tegen over anti-coronamaatregelen, niet omdat ze de feiten anders interpreteren, maar omdat ze redeneren vanuit ideologische vooringenomenheid. Wapendracht, gezondheidsverzekering, klimaatbeleid: het zijn in de VS niet langer debatthema’s, maar breuklijnen.
Gefrustreerde mannen
In SHORT CUTS ligt de tragiek niet zozeer in de onwil, maar wel in het onvermogen om elkaars eigenheid te erkennen. In de film pakt de gefrustreerde ex van een alleenstaande moeder het interieur van haar huis aan met een kettingzaag. Het lijkt een bijna komische uitvergroting van de werkelijkheid, maar de maatschappelijke spanningen zijn nu zo hoog opgelopen dat de metafoor zo gek nog niet lijkt. ‘Als je je huisgenoten niet vertrouwt, ga je ook je buren wantrouwen, en de mensen die je tegenkomt op straat’, zegt acteur Matthew Modine in de making-ofdocumentaire van de film. ‘Hebzucht, ook op nationaal niveau, is een belangrijk element in de teloorgang van vertrouwen’, zegt Carvers weduwe Tess Gallagher in de documentaire. ‘De manier waarop Raymond dat uitdrukte, was door de ontrouw van zijn personages. De vraag die hij stelt is: willen we echt zo leven?’

De karakters die Altman toont, zijn een doorsnee van de Amerikaanse samenleving. Een chauffeur, een dienster, een arts, een kunstenares, een clown, een onderhoudsman voor zwembaden, een helikopterpiloot, een bakker, een journalist, een celliste, een zangeres, een politieagent, een beoefenaarster van telefoonseks. Die laatste wordt gespeeld door Jennifer Jason Leigh in een van haar meest memorabele rollen. Terwijl ze haar baby verschoont vertelt ze, hoorn tegen de schouder geklemd, haar gesprekspartner aan de andere kant van de lijn hoe nat haar slipje al aan het worden is. Het is een van de weinige elementen in de film die gedateerd zijn: de opkomst van het internet deed de telefoonseks de das om. Maar de frustratie van haar echtgenoot, de brave onderhoudsman, is ook nu nog perfect invoelbaar – misschien in deze tijden waarin de traditionele mannelijkheid onder druk staat nog wel meer dan toen. Hij voelt zich, zonder het met zoveel woorden te zeggen, gekrenkt in zijn mannelijkheid, doordat zijn vrouw dagelijks andere mannen opgeilt. Een frustratie die in de laatste minuten van de film een dramatische climax zal krijgen.
De verhouding tussen mannen en vrouwen is niet het enige thema waarin SHORT CUTS een voorproef lijkt aan te bieden van wat de samenleving nog te wachten stond. Wie de film met de ogen van nu bekijkt, ziet precies waarom Donald Trump president is geworden. De slecht betaalde onderhoudsman wiens vrouw het gezinsinkomen moet aanvullen met telefoonseks, de dienster die de eindjes moeilijk aan elkaar kan knopen en doodsbenauwd is voor een claim als ze een kind aanrijdt, de chauffeur die ervan droomt het armoedige trailerpark te verlaten maar intussen naar de fles grijpt: zij vulden het reservoir van ressentiment dat in 2016 in het stemhokje een uitlaatklep vond.
Ook een ander personage is zonder twijfel een Trump-aanhanger avant la lettre. Tim Robbins speelt een politieagent die stijf staat van de machismo, zijn vrouw bedriegt, zijn kinderen hun huisdier misgunt en argeloze burgers tegemoet treedt met een machtswellust die nu onvermijdelijk doet denken aan politiebrutaliteit en George Floyd. De automobiliste die hij aanhoudt voor een bagatel en daarna ongepast bejegent, is weliswaar blank. Maar verder doet de scène in alles denken aan de van racisme druipende politiecontrole uit CRASH van Paul Haggis, of de daaraan verwante scène uit het recente QUEEN AND SLIM van Melina Matsoukas.
De meest frappante link met het heden zit in de allereerste beelden. Een groot bord waarin de bevolking wordt opgeroepen om een pas afgekondigde quarantaine te eerbiedigen, en een televisieomroeper die meedeelt dat we ‘in oorlog zijn, niet met Irak of Afghanistan, maar tegen een organisme dat onze ondergang kan betekenen’. In dit geval is het geen virus, maar een insect. De film begint met beelden van een vloot helikopters die de hele stad vanuit de lucht besproeit met bestrijdingsmiddel. Het is een meesterlijke opening: hoewel de insectenplaag in de rest van het verhaal geen doorslaggevende betekenis meer heeft, zet de scène wel de toon voor het gevoel van dreiging en beklemming dat boven de hele film blijft hangen.
Flinters empathie
Altman schetst een samenleving met diepe problemen. Een zieke maatschappij, vol opgekropte frustratie, onderdrukte gevoelens en onuitgesproken verwijten. Met hier en daar een flard van oprechtheid, een flinter empathie, een vonk van liefde. De meeste ouders in de film houden echt van hun kinderen. Minstens één koppel heeft een harmonieuze relatie. Sommigen koesteren de hoop dat het beter wordt. Altman laat in het midden hoeveel illusie we moeten hebben over de toekomst. De film eindigt met een nieuwe natuurramp, maar het meest beklijvende, ontroerende en hoopvolle moment is dan al voorbij.
Die scène is het sluitstuk van de meest hartverscheurende verhaallijn in de film, die ook perfect het centrale thema van onbegrip en non-communicatie illustreert. Voor de tiende verjaardag van haar zoontje bestelt een moeder een verjaardagstaart met opschrift. Maar als de bakker eraan wil beginnen, kan hij het handschrift op de bestelbon niet goed lezen. Hij belt naar het opgegeven nummer, maar krijgt een afgemeten vader aan de lijn die zegt geen tijd te hebben en de hoorn op de haak smijt. Perfect verklaarbaar, want het jongetje is de dag voordien aangereden en vecht in het ziekenhuis voor zijn leven. Maar dat weet de bakker niet. Gefrustreerd door het gebrek aan erkenning voor zijn toewijding, blijft hij bellen en ontpopt hij zich tot een irritante stalker. Een paar dagen nadat het jongetje overleden is, valt bij de moeder opeens de frank: die anonieme beller was de bakker. De ouders gaan samen naar de winkel om de zaak uit te praten. Kunnen ze de taart nog zien? De bakker draait zich om, hij lijkt te vechten tegen zijn tranen. ‘Ik heb hem weggegooid.’.