The Song of Ceylon + Les statues meurent aussi
De legendarische Britse documentaire THE SONG OF CEYLON (1934, Basil Wright) schetst in vier vloeiende hoofdstukken het traditionele en religieuze leven in het toenmalige Ceylon (nu Sri Lanka). Regisseur Basil Wright neemt je mee van de spirituele boeddhistische rituelen rond Adam’s Peak en het ambachtelijke dorpsleven naar de abrupte komst van de moderne industrie, om af te sluiten met de hypnotiserende ritmes van een traditionele Kandyan-dans.
Hoewel de film oorspronkelijk werd besteld als een reeks commerciële reisdocumentaires om thee te promoten, kreeg Wright volledig carte blanche. In plaats van een voorspelbare reclamefilm leverde hij een onafhankelijk avant-gardistisch meesterwerk af. Omdat er op locatie geen geluidsapparatuur was, werd de soundtrack naderhand in een Londense studio opgebouwd. Geïnspireerd door de montagetechnieken uit de Sovjet-cinema combineerde Wright synthetische klanken, sfeermuziek en historische vertellingen tot een innovatief klanktapijt dat de beelden vlijmscherp contrapunteert.
De commerciële geldschieters reageerden destijds lauw, maar op internationale festivals werd de film direct een triomf. THE SONG OF CEYLON won de hoofdprijs op het filmfestival van Brussel in 1935 en de Britse auteur Graham Greene prees het werk als hét schoolvoorbeeld van perfecte montage. Binnen de geschiedenis van de Britse cinema staat deze lyrische film nog altijd te boek als een van de belangrijkste en meest vernieuwende werken uit de vroege documentaire, waarin de spanning tussen traditie en modernisering op unieke wijze voelbaar wordt.
Het grensverleggende filmessay LES STATUES MEURENT AUSSI (1953) van Chris Marker en Alain Resnais opent met een ritmische, hypnotiserende stroom van traditionele Afrikaanse sculpturen en maskers. De verteller laat direct zien hoe deze objecten hun levende betekenis verliezen zodra ze uit hun oorspronkelijke context worden gerukt. Opgesloten in westerse museumvitrines transformeren ze in ‘dode standbeelden’, verpakt tot exotische objecten voor de Europese blik.
Vanwege deze felle anti-koloniale kritiek greep de Franse censuur na de première op het filmfestival van Cannes in. Ondanks het winnen van de Prix Jean Vigo in 1954 bleef deze film ruim tien jaar lang verboden. Vooral het slotdeel lag destijds gevoelig. Hierin verschuift de focus naar de commerciële uitbuiting van de Afrikaanse cultuur en de positie van de zwarte gemeenschap in het Westen. Marker en Resnais tonen hoe kolonisatie lokale kunstenaars dwong hun expressie aan te passen aan de westerse smaak, en contrasteren beelden van opkomende zwarte sport- en jazziconen vlijmscherp met harde politie-optredens tegen arbeidersprotesten.
Het resultaat is een vurig pleidooi om de Afrikaanse en Europese kunstgeschiedenis te beschouwen als één onlosmakelijke, universele cultuur. Les statues meurent aussi staat meer dan zeventig jaar later nog altijd overeind als een visionair meesterwerk dat dwingt tot kritische reflectie op onze eigen blik en historische medeplichtigheid.
Speeltijden
De vertoning wordt voorafgegaan door een lezing over documentairefilm, propaganda, observatie en provocatieve cinema in de jaren dertig tot zestig om 17:00 door Bjorn Gabriels.