Some Like It Hot
Naar aanleiding van wat haar honderdste verjaardag zou zijn geweest, vieren we Marilyn Monroe als een van de meest gelaagde figuren uit de filmgeschiedenis: tegelijk mythe en mens, komisch talent en tragisch icoon. In de jaren vijftig groeide ze uit tot hét gezicht van Hollywood, met rollen in onder meer GENTLEMEN PREFER BLONDESQ (1953) en THE SEVEN YEAR ITCH (1955), waarin ze het blonde-sekssymbool naar haar hand zette—bewust, intelligent en met een feilloos gevoel voor timing.
Met SOME LIKE IT HOT bereikt ze, onder regie van Billy Wilder (bekend van SUNSET BOULEVARD (1950) en THE APARTMENT (1960)), een absoluut hoogtepunt. Wilder, een meester in bijtende satire en morele ambiguïteit, gebruikt het ogenschijnlijk luchtige gegeven van twee muzikanten die, op de vlucht voor de maffia, onderduiken in een vrouwenband, om een film te maken die zijn tijd ver vooruit was. Gender wordt hier een spel, identiteit een performance; vloeiend, instabiel en onweerstaanbaar grappig.
De film ontstond in een periode waarin de Hollywood Production Code nog steeds bepaalde wat wel en niet getoond mocht worden, en balanceert voortdurend op de rand van wat toen als toelaatbaar gold. Precies daar ligt zijn kracht: in dubbelzinnigheden, suggestie en timing ondermijnt SOME LIKE IT HOT de heersende normen met een lichtheid die des te radicaler aanvoelt.
Monroe schittert als Sugar Kane, een rol die haar komisch talent en kwetsbaarheid perfect samenbrengt, en die haar definitief bevestigt als meer dan een icoon alleen. Haar aanwezigheid geeft de film een emotionele kern, midden in de chaos van verkleedpartijen en misverstanden.
De legendarische slotzin “Nobody’s perfect” is intussen uitgegroeid tot een van de meest geciteerde en subversieve eindes uit de filmgeschiedenis: een punchline die niet alleen de film afsluit, maar ook alles wat eraan voorafging op losse schroeven zet.
Deze vertoning kadert in MARILYN 100, een ode aan de iconische Marilyn Monroe in wat haar 100ste levensjaar zou geweest zijn.