Barbara Stanwyck
Niet iedereen heeft het talent om zowel de meest verwerpelijke vrouw in de film noir geschiedenis te spelen als de meest vlotgebekte screwball dame van dat komediegenre.
Barbara Stanwycks talent was een gave die ze tot in de perfectie aanscherpte. Haar verhaal is geen Hollywoodsprookje, maar een getuigenis van hard werk en een visie. Stanwyck begon haar leven als Ruby Stevens, geboren in Brooklyn en op vierjarige leeftijd wees geworden wanneer haar moeder sterft en haar vader haar verlaat. Van het ene pleegtehuis naar het andere, eindigt ze uiteindelijk op haar vijftiende als danseresje in illegale kroegen. Op haar achttiende krijgt de acteermicrobe haar te pakken en verandert Ruby Stevens in Barbara Stanwyck. Ze begint haar loopbaan op Broadway en reist al snel af naar Hollywood, waar ze Frank Capra overtuigt om haar te casten in LADIES OF LEISURE (1930). Die performance gaf het startschot voor een van de meest duurzame carrières in showbusiness.
Stanwycks levensverhaal is er één dat doet geloven in het onmogelijke, omdat ze het onmogelijke bereikte. Regisseur Jacques Tourneur zei ooit over de actrice: “She only lives for two things, and both of them are work.” Die werkethiek loonde en op zevenendertigjarige leeftijd werd het arme weesmeisje de bestbetaalde vrouw in de Verenigde Staten.
“I’m a tough old broad from Brooklyn”, zo omschreef ze zichzelf ooit. Geen gezever, gewoon Barbara en haar films. Die no-nonsense attitude werd versterkt door haar unieke hese stem, haar atypische uiterlijk en veelzijdigheid. Door de weerbaarheid die ze opbouwde in het begin van haar leven, trotseerde Barbara onwankelbaar de stormen op haar pad. Van Pre-code darling tot film noir femme fatale, van screwball dame tot geharde westernkoningin. Niemand kon tegenslagen doen ophoepelen zoals Barbara Stanwyck. Haar personages waren echte vrouwen van vlees en bloed, met evenveel deugden als gebreken. En vooral: ze waren nooit clichés. Stanwyck combineerde moeiteloos kwetsbaarheid met taaiheid, intelligentie met humor, nonchalance met intensiteit en sexappeal met durf. Het was niet haar schoonheid, maar wel haar briljante geest die het publiek wist te fascineren.
Er zijn ontelbare redenen om van “stand-up dame” Stanwyck te houden. Haar liefde voor haar vak, professionaliteit en afwezigheid van ego bijvoorbeeld. Ze kwam vroeg naar de set, bevriende de crew, kende haar dialoog en haar personages door en door. Ze deelde het scherm hartelijk met andere sterren, waaronder met Marilyn Monroe in CLASH BY NIGHT. Monroe getuigde dat Stanwyck de enige gouden Hollywoodster was die haar met respect en genegenheid behandelde. Door Stanwycks gebrek aan ego maakte ze later in haar carrière slim en succesvol de overstap naar televisie op een moment dat andere Hollywood Groten neerkeken op het nieuwe format. Haar vruchtbare loopbaan besloeg theater, film, radio en televisie: “I intend to go on acting until I’m ninety and they have to shoot me.”
Stanwyck voegde de daad bij haar woorden: ze kwam op voor burgerrechten en de afschaffing van de rassenscheiding in de VS. Tijdens een shoot in 1950 bijvoorbeeld wilde Stanwyck inchecken in het toegewezen hotel met haar vriendin en studio-assistent Harriet Coray, toen deze werd tegengehouden en doorverwezen naar een ‘gekleurd’ hotel. Stanwyck wandelde verontwaardigd buiten met Coray om samen in het andere hotel in te checken, maar voordat ze dat kon doen werd het discriminatiebeleid van het ‘witte’ hotel herroepen. Een kleine golf in een grote strijd, maar een belangrijk moment in het leven van Coray en een getuige van Stanwycks integriteit.
Een andere reden om van Stanwyck te houden, is dat ze zo veel als mogelijk haar eigen stunts deed. Van radslagen en spagaat in strakke jurken tot achter paarden aangesleurd worden op westernsets, Stany did it all. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat velen van haar tegenspelers en crewleden als een blok vielen voor de charmante dame. Acteur Henry Fonda bijvoorbeeld: “Everyone who is close to me knows I’ve been in love with Barbara since I met her. We’ve never had an affair. She’s never encouraged me, but dammit my wife will verify it, my children will confirm it, and now you can testify to the truth. I don’t know a person who has been so loved by everyone as Stanwyck.”
Ons programma BARBARA STANWYCK: A STAND-UP DAME selecteert een greep uit haar uiteenlopende oeuvre. Stanwyck had de discipline om in elk genre te werken en de kwaliteit om in elk genre uit te blinken: van drama’s en film noirs, tot screwball comedies en westerns. Stanwyck belichaamde al haar personages met eenzelfde authenticiteit en empathie. “It takes a Stanwyck to make you care about the girl”, zei regisseur Frank Capra over zijn muze. Het is Stanwyck die het publiek overtuigt dat zelfs de meest onsympathieke personages meer zijn dan ze lijken.
In het bovengenoemde CLASH BY NIGHT (Fritz Lang, 1952) speelt Stanwyck een cynische vrouw die na een affaire terugkeert naar haar geboortestad en probeert om haar leven om te gooien. Ze trouwt met de goedaardige visser Jerry, maar wordt al snel onrustig in haar huiselijke leven.
De titel van meest verachtelijke femme fatale uit de film noir geschiedenis wordt unaniem toegekend aan Barbara Stanwycks iconische Phyllis Dietrichson uit DOUBLE INDEMNITY (Billy Wilder, 1944). Phyllis is ontevreden in haar huwelijk en verleidt verzekeringsmakelaar Walter Neff (Fred MacMurray) in een plot om een einde te maken aan dat ongeluk.
Stanwyck was ook de ongekroonde koningin van de screwball comedy. Haar screwy dames zijn geharde tantes met een hart van goud, die hun nietsvermoedende slachtoffers de tijd van hun leven geven. Gary Coopers Prof. Bertram Potts in BALL OF FIRE (Howard Hawks, 1941) is daar zo één van. De arme man maakt geen schijn van kans, wanneer maffiamol Sugarpuss O’Shea zijn kantoor binnenwandelt. “Foo, professor. Let’s get ourselves a couple drinks, light the fire maybe, and you can start working on me right away.” De onervaren professor wil Sugarpuss’ woordenschat bestuderen voor een dialectencyclopedie, maar krijgt veel meer dan hij had verwacht. Hij begint er zelfs van te jodelen. Henry Fonda’s Charles Pike vaart hetzelfde lot in THE LADY EVE (Preston Sturges, 1941). Hij wordt niet één, maar twee keer belazerd door Stanwycks Jean Harrington, een oplichtster die samen met haar kompanen de goedgelovige erfgenaam misleidt. “See anything you like?”, vraagt ze onschuldig aan haar prooi.
In STELLA DALLAS (King Vidor, 1937) zet Stanwyck een van haar meest doorleefde en hartverscheurende vertolkingen neer als een moeder die haar eigen geluk opgeeft voor haar dochter. De film staat ook te boek als Stanwycks favoriet.
Een andere dramatische vertolking zette Stanwyck neer in TITANIC (Jean Negulesco, 1953), waar ze een ongelukkig getrouwde vrouw speelt aan boord van het gedoemde schip. De productie van de film maakte een diepe indruk op de actrice. “I thought of the men and women who had been through this thing in our time. We were re-creating an actual tragedy and I burst into tears. I shook with great racking sobs and couldn’t stop.” Zoals regisseur Frank Capra na zijn jarenlange samenwerking met de actrice leerde: “Stanwyck doesn’t act a scene, she lives it.”
Als paardenliefhebster vond de actrice westerns de fijnste projecten om te doen. Daar kon ze stunts uithalen, paardrijden en haar tijd spenderen in de natuur, haar meest geliefde tijdverdrijf. In THE FURIES (Anthony Mann, 1950) vertolkt Stanwyck een afgewezen dochter, die uit is op wraak tegen haar rijke, maar zielloze vader.
In FORTY GUNS (Samuel Fuller, 1958) toonde Stanwyck voor eens en voor altijd waarom vrouwen een plaats verdienen aan het stuur van een western, en niet enkel als nevenpersonage. Stanwyck vertolkt de notoire Jessica Drummond, de landeigenares die met ijzeren hand haar land, haar bende en de nabijgelegen stad Tombstone in het gareel houdt. Regisseur Fuller stond bekend voor zijn karakterisering van sterke vrouwen, “protagonists second to no man”. Vanaf de openingsscène in FORTY GUNS is er geen twijfel mogelijk: Jessica – belichaamd door de onverschrokken Stanwyck, die haar eigen stunts deed – is de baas.
Stanwyck wilde geen toeters en bellen, geen Hollywoodvertoon of lofbetuigingen. Er zat geen greintje diva in haar lijf. Met haar kenmerkende no-nonsense stijl en in haar eigen woorden: “What the hell, whatever I had… it worked, didn’t it?”